De Abdij van Sint-Nicolaas in Verneuil-sur-Avre: een Normandisch architecturaal juweel waar het monastieke verleden tot leven komt in elke steen, elk verhaal.
In 1623 start Charlotte de Hautemer, weduwe van de voormalige gouverneur van Verneuil-sur-Avre, een visionair project. Gedreven door een diepe spirituele overtuiging koopt zij gronden en huizen om er een toegewijde monastieke gemeenschap te vestigen.
Op 25 april 1627 wordt officieel de gemeenschap van de benedictinessen van Sint-Nicolaas opgericht, onder leiding van de eerste abdis, Scholastique de Médavy. Een historisch moment dat deze plek voorgoed verankert in het Normandische erfgoed.
Al in 1631 wordt het priorij verheven tot koninklijke abdij, een teken van haar groeiende betekenis. De monastieke gebouwen uit de 17e eeuw, grenzend aan een kerk uit de 12e en 16e eeuw, liggen in een groene omgeving van voormalige boomgaarden en moestuinen.
De abdij kende haar hoogtepunt aan het einde van de 19e eeuw, met meer dan 80 zusters. De gemeenschap stond bekend om haar heerlijke “nonnettes”, kruidkoekjes die vandaag de dag zijn uitgegroeid tot een echte legende van de Normandische gastronomie.
In september 2001 verlaten de laatste zusters de abdij, maar de ziel van de Abdij van Sint-Nicolaas blijft weerklinken in haar architectuur en haar geschiedenis.
Het spreekvertrek van de abdis is een uitzonderlijk architecturaal juweel, uniek in Frankrijk en zelfs in Europa. Deze ruimte bestaat uit 92 panelen uit de 17e eeuw, die waarschijnlijk door de zusters zelf zijn vervaardigd, en diende als ontvangstzaal voor bezoekers van buitenaf.
Dit erfgoedjuweel is met grote zorg gerestaureerd door gespecialiseerde ateliers in Normandië. Dankzij hun vakmanschap kreeg dit bijzondere patrimonium zijn volle pracht terug en wordt het bewaard voor toekomstige generaties.
